Vijf schimmelmotjes nieuw voor Nederland

Gepubliceerd op 18 februari 2019 door Tymo S.T. Muus
 

De haakzwammenmot (Agnathosia mendicella) in een feromonenval in het Friese Harich (foto: Rob de Ridder)

Bij aanvang van dit nieuwe jaar zijn er vijf nieuwe soorten motjes of microvlinders bekend geworden voor de Nederland. Hierover werd in Franje en Entomologische Berichten gepubliceerd. Het gaat hier om soorten die allemaal min of meer afhankelijk zijn van houtzwammen. Dat is bijzonder te noemen: want het is niet heel gebruikelijk dat vlinders op zwammen leven. Over één van deze soorten zal nog een publicatie verschijnen. Om die reden wordt er niet nader op de vijfde soort ingegaan. Opmerkelijk is dat al deze soorten per toeval zijn opgemerkt.

Vlinders die op zwammen leven
Er zijn maar weinig vlinders die als rups op paddenstoelen leven. Vrijwel alle vlindersoorten die op paddenstoelen ("mycetofaag") zijn, leven op houtzwammen. Eén hiervan is de paddenstoeluil (Parascotia fuliginaria). De rups van dit uiltje leeft los op de zwammen waarna het een met gruis bedekte 'hangmat' spint. Het is de enige macronachtvlinder die dit voedsel prefereert. Bij de microvlinders komt het vaker voor dat bepaalde soorten op zwammen te vinden zijn, zoals de koolzwammot (Apomyelois bistriatella) en de veelgeziene zwamboorder (Crassa unitella). Met enige regelmaat worden ook andere soorten uit de sikkelmottenfamilie op zwammen gevonden.
Tot slot, de echte grote liefhebbers van houtzwammen vinden we in de familie van de echte motten (Tineidae). De familie is onlangs opgesplitst in - voor Nederland - twee families. De Tineidae en de Dryadaulidae. De rupsen van tal van deze soorten leven diep in de vruchtlichamen van de zwammen, waarbij de aanwezigheid van de bewoonde vruchtlichamen soms wordt verraden door trosvormige uitwerpselen aan de onderzijde. Het loont dan zeker om deze zwammen mee te nemen; het is namelijk onmogelijk om op basis van de vraatsporen de soort te achterhalen. Bij de rupsen is het mogelijk om de rupsen te determineren, maar nog steeds behoorlijk moeilijk, vooral als je je realiseert dat de rups van een aantal soorten nog niet eerder is beschreven (dan wel afgebeeld).
Met dank aan het veranderende bosbeheer, waarbij men vaker dood hout laat liggen, zien we steeds vaker nieuwe soorten echte motten opduiken.


De paddenstoelenmot (Parascotia fuliginaria), de enige macronachtvlinder die leeft op zwammen (foto: Tymo Muus)

De haakzwammenmot -
Agnathosia mendicella
In de e-mail verscheen in de zomer van 2017 een foto van Rob de Ridder die een onbekende micro vond in een feromonenval die was opgehangen voor wespvlinders. Het beest werd op 2 juli 2017 in zijn tuin te Harich (Friesland) gevonden. Het bleek te gaan om A. mendicella. Deze vlinder lijkt wat op het geel kijkgaatje Monopis obviella  maar A. mendicella kent een geelwitte tot witte voorrandsvlek die in veel gevallen spits toeloopt, waardoor het aan een haak doet denken; bovendien ontbreekt het voor obviella typische hyaline vlekje ("kijkgaatje") midden op de vleugel. Het is een spectaculaire waarneming van een soort die, gezien de recente areaaluitbreiding vanuit centraal Europa, eerder in het oosten of zuiden van het land verwacht werd. De rupsen van A. mendicella zouden in Nederland voornamelijk op doolhofzwam (Daedalea quercina) kunnen leven, aangezien de sparrenhoutzwam (Fomitopsis rosea) bij ons bijzonder zeldzaam is. Laatstgenoemde is bekend uit de literatuur. Ook voor deze soort geldt dat de biologie maar nauwelijks bekend is. Een spectaculaire soort, die zich ver buiten het Europese areaal bevindt!

Dryadaula heindeli - nog een bijvangst tijdens wespvlinderonderzoek
In 1998 werd een nog onbekende microvlinder beschreven uit Beijeren (Duitsland), met de naam Dryadaula heindeli. De soort is vernoemd naar de ontdekker die de soort al in 1995 aantrof: Richard Heindel. De soort breidde zich gestaag uit in Europa. In 2009 ontdekte Steve Wullaert het eerste Belgische exemplaar. Het dier werd op licht verzameld in zijn toenmalige tuin te Wielsbeke. De echte manier om D. heindeli te vinden zou nog moeten blijken. Zowel in België als elders in Europa bleken de vlinders van D. heindeli namelijk ontzettend geïnteresseerd te zijn in de feromonen van diverse wespvlinders. In het Belgische Sint-Joost ving Carlo Schaefer het eerste exemplaar op 12 juli 2016, de dagen hierna samen met Ramon Hulsbosch. De soort bleek in grote getale op de feromonen af te komen. De soort kent nog geen Nederlandse naam, in België heeft men de naam "boomzwammot" bedacht.
De soort werd enkele jaren geleden al eens gemeld.


De op feromonen gevonden Dryadaula heindeli, een soort die als rups op zwammen leeft (foto: Tymo Muus)

Dryadaula pactolia: een 'historische' museumontdekking
In een zeer gedateerde, mogelijk door Van Rossum verzamelde serie vlindertjes, werd een exemplaar van deze adventieve soort aangetroffen. Het dier was sterk afwijkend van de uit Nederland bekende microvlinders. Dat er aanvankelijk moeilijkheden waren met betrekking tot de determinatie lijkt waarschijnlijk, aangezien het dier een preparaat aan de speld bevat. In de eerste helft van de 20e eeuw zijn er een aantal uitbraken van D. pactolia geweest in Britse en Duitse pakhuizen, kelders en huizen waar de soort geassocieerd werd met beschimmelde kurk. Met name op de Britse eilanden en Duitsland. De vondst uit het Entrepodok past in dit plaatje. Naast enkele oudere incidentele waarnemingen uit Zwitserland en Denemarken is de soort ook recentelijk waargenomen in Portugal, Frankrijk, Ierland en wederom op de Britse eilanden. Gezien de soort in de vrije natuur van Nieuw-Zeeland is aangetroffen wordt al voor langere tijd verondersteld dat het hier gaat om een adventief. Desalniettemin een interessante vondst, van een historisch exemplaar.


Het historische exemplaar van Dryadaula pactolia, een soort die op beschimmelde wijnkurken leeft (foto: Tymo Muus)

Nemapogon fungivorella
Moraal et al. (2019) vermelden dit nieuwe kroeskopje als nieuw voor de fauna, gebaseerd op afgevlogen vlinders waarbij een determinatie op basis van de genitaliën een uitkomst bleek. Een nieuw artikel in het tijdschrift Entomologische Berichten beschrijft het uiterlijk van de vlinder, de genitaliën en tot nu toe bekende biologie. Echter, het gemak waarmee de soort op uiterlijke kenmerken kan worden gedetermineerd blijkt in de praktijk heel wat complexer dan dat de auteurs beschrijven. Op foto’s is echter N. variatella (gehoekt kroeskopje) zeer gelijkend, in gevallen als de donkere costaalvlek versmald is (bij het gewone kroeskopje N. cloacella is deze veelal wat aambeeldvormig). In series valt het op dat dat N. fungivorella in veel gevallen een lichtere indruk maakt, doordat hetgeen tot een minimaal ontwikkelde zwarte vlek bezit nabij het centrale deel van de dorsum. Deze vlek is bij N. cloacella en N. variatella gebruikelijk opvallend. N. fungivorella is zo sterk verwant aan de in Europa steeds vaker gemelde N. gliriella (Heyden) dat elk vermeend geval noodzakelijkerwijze op het genitaal moet worden gecontroleerd om te voorkomen dat we in de toekomst een andere interessante nieuwkomer over het hoofd gaan zien. Als Nederlandse naam is Benanders kroeskopje wellicht één van de mogelijkheden. Het was namelijk de Zweed Per Benander die de soort beschreef.


Het uiterlijk van Nemapogon fungivorella (tekening: Leo Bot).

Literatuur
  • Muus, T.S.T. (2019). Nieuwe  en  interessante  echte  motten  (Tineidae sensu lato)  in Nederland en België III. Franje 22(43): 25-30.
  • Moraal, L.G., J.H. Kuchlein & L. Bot (2019). Nemapogon fungivorella (Lepidoptera: Tineidae), een nieuwe soort voor de Nederlandse fauna. Entomologische Berichten 79(1): 23-31.


Categorie: Faunistiek | Terug naar nieuwsoverzicht | Ouder | 


 
 
 
  © All content copyright www.microlepidoptera.nl and allied photographers.