HERKENBAARHEID
 
 
WETENSWAARDIGHEDEN
 
Nationale status
inheems
Algemeenheid statistiek
zeldzaam
Algemeenheid (schatting)
-
Migrant?:
standvlinder
 
WANNEER VLIEGT DE VLINDER?
TOE- OF AFNAME (TREND)
 
Lichte toename.
 
RECENTE VONDSTEN
 
Kaarten op Waarneming.nl
 
FOTO AANBIEDEN
 
Hoe kan ik bijdragen?
 
AUTEUR(S)
 
Koster, J.C. | Bronnen
 
LAATSTE AANPASSING
 
October 31, 2009, 7:05 pm
Familie: Momphidae, wilgenroosjesmotten (subfamilie ')
 
 
basterdwederikgalmot
Mompha divisella  (Herrich-Schaffer, 1854)
 
Meer afbeeldingen:

Vlinder (leg/foto: S. Corver, det: T. Muus, Aeugst Am Albis, Zwitserland, 27.v.2009)
 
 

Mompha divisella in Nederland

Een zeldzame soort die maar van weinig verspreid liggende vindplaatsen bekend is en in het verleden soms in wat groter aantal is aangetroffen. Recentelijk gevonden op Texel en Terschelling. Vooral op vochtige en schaduwrijke plaatsen en ruderale terreinen.

Herkenning

De vlinders kennen een spanwijdte van 10-13 mm. De vlinders vliegen in een generatie van augustus tot mei en overwinteren. Soms zijn er exemplaren waargenomen in december en januari, waarschijnlijk gedurende vorstvrije dagen. M. divisella behoort tot een complex van soorten die sterk op elkaar gelijken en waarvan er drie in Nederland voorkomen.
Ze onderscheidt zich van M. jurassicella en M. bradleyi door de zuiver witte, slechts van enkele donkerder schubben voorziene, wortelhelft aan de binnenrand van de voorvleugel. Deze is bij M. jurassicella okerkleurig en bij M. bradleyi sterk verdonkerd door de bestrooiing met donkere schubben.

Levenswijze 'biologie'

De larve is vuilwit tot grijsgroen. Kop zwartachtig, het nekschild is breed, bruin en aan de voorzijde smal gescheiden.
De larve leeft in juni en juli in de kern van de stengel die ze uitholt. Dit veroorzaakt een gal ter grootte van een erwt en deze zit doorgaans op een van de knopen.
Bij de basterdwederiksoorten veroorzaakt deze gal een reductie in de groei van de stengel en de bladeren boven de gal komen hierdoor dichter opeen te staan en verraden zo de galvorming. Bij het harig wilgenroosje is er niet tot nauwelijks sprake van deze reductie in groei.
Aan de onderzijde van de gal wordt een gaatje gemaakt dat bekleed wordt met spinsel. Hierdoor kan de vlinder bij het uitkomen gemakkelijk de gal verlaten. De zwarte pop ligt in juli en augustus met de kopzijde naar de uitgang.

Etymologie

Synoniemen:
= basterdwederikvlinder (Docters van Leeuwen "Gallenboek", 2009)

Waardplanten of voedsel Voor referenties, zie linkermenu "Bronnen"

Bergbasterwederik (Epilobium montanum), moerasbasterd- wederik (E. palustre), lancetbladige basterdwederik (E. lanceolatum), viltige basterdwederik (E. parviflorum) en harig wilgenroosje (E. hirsutum).

 
VERSPREIDING

Bekijk eerdere periodes...


De soort kan worden verward met:


Mompha bradleyi
harige wilgenroosjesgalmot


 
 
  © All content copyright www.microlepidoptera.nl and allied photographers.