HERKENBAARHEID
 
 
WETENSWAARDIGHEDEN
 
Nationale status
inheems
Algemeenheid statistiek
zeldzaam
Algemeenheid (schatting)
-
Migrant?:
standvlinder
 
WANNEER VLIEGT DE VLINDER?
TOE- OF AFNAME (TREND)
 
Stabiel.
 
RECENTE VONDSTEN
 
Kaarten op Waarneming.nl
 
FOTO AANBIEDEN
 
Hoe kan ik bijdragen?
 
AUTEUR(S)
 
Corver, S.C. | Bronnen
 
LAATSTE AANPASSING
 
October 31, 2009, 11:53 pm
Familie: Choreutidae, glittermotten (subfamilie Choreutinae)
 
 
zuidelijke glidkruidmot
Prochoreutis sehestediana  (Fabricius, 1776)
 
Meer afbeeldingen:

Er zijn geen extra afbeeldingen.
U kunt deze aanbieden!
Vlinder, wijfje (excursie Microlepidoptera, leg. S. Corver, det/foto: T. Muus, Herkenbosch, Turfkoelen, Prov. Zuid-Limburg, 21.vii.2009)
 
 

Prochoreutis sehestediana in Nederland

De verspreiding van de soort beperkte zich voornamelijk tot Limburg (Langohr, 1977 in Huisman et al., 1986a) en Noord Brabant (Huisman et al., 1986a; Huisman & Koster, 1998a; Kuchlein & Donner, 1993a). Meer recentelijk is de soort ook op andere plaatsen in Nederland aangetroffen. Door Huisman zijn in augustus 1981 zeven exemplaren gesleept langs het Quackjeswater in de duinen van Rockanje (Zuid-Holland) (Huisman et al., 1998a). Koster sleepte in 1984 een exemplaar aan een slootkant in Lutterveldmaten, Losser (Huisman et al., 1984a). De soort komt voornamelijk voor op vochtige laaggelegen gebieden langs slootkanten waar de waardplant groeit.

Herkenning

De vlinders kennen een spanwijdte van 9-12 mm. De adult is dagactief en vliegt in twee generaties in mei en opnieuw in juli en augustus (Pelham-Clinton, 1985c).

De soort is pas in 1939 onderscheiden van Prochoreutis myllerana (Pelham-Clinton, 1985c). De adult is qua uiterlijk zeer lastig te onderscheiden van P. myllerana. P. sehestediana verschilt van P. myllerana (welke op dezelfde waardplant voorkomt) vooral in de mate van zilverachtige bestuiving op de voorvleugels, maar men dient genitexotisch/import te onderzoeken om beide soorten met zekerheid te benoemen.

Levenswijze 'biologie'

De larve leeft waarschijnlijk op het blad van blauw glidkruid (Scutellaria galericulata) en klein glidkruid (S. minor) (Kimber, 1998a; Huisman et al, 1986a). De soort leeft vermoedelijk in een spinsel op bovengenoemde waardplanten en overwintert waarschijnlijk als larve, net als Prochoreutis myllerana, waarna de soort in de lente na diapauze weer opnieuw gaat eten en zich voedt met jong blad totaan de verpopping.

De biologie van deze soort is uitgebreid beschreven op Bladmineerders.nl

Etymologie

De familienaam 'glitter' duidt op de zilveren schubben (glitters) op de voorvleugel van enkele soorten; maar ook 'glid' van 'glidkruid' (voedselplant van enkele soorten) heeft een rol gespeeld.

Waardplanten of voedsel Voor referenties, zie linkermenu "Bronnen"

Blauw glidkruid (Scutellaria galericulata) en klein glidkruid (S. minor) (Kimber, 1998a; Huisman et al., 1986a).

 
VERSPREIDING

Bekijk eerdere periodes...


De soort kan worden verward met:


Prochoreutis myllerana
glidkruidmot


 
 
  © All content copyright www.microlepidoptera.nl and allied photographers.