HERKENBAARHEID
 
 
WETENSWAARDIGHEDEN
 
Nationale status
inheems
Algemeenheid statistiek
algemeen
Algemeenheid (schatting)
-
Migrant?:
standvlinder
 
WANNEER VLIEGT DE VLINDER?
TOE- OF AFNAME (TREND)
 
Stabiel.
 
RECENTE VONDSTEN
 
Kaarten op Waarneming.nl
 
FOTO AANBIEDEN
 
Hoe kan ik bijdragen?
 
AUTEUR(S)
 
Muus, T.S.T. | Bronnen
 
LAATSTE AANPASSING
 
November 1, 2009, 12:52 am
Familie: Oecophoridae, sikkelmotten (subfamilie Oecophorinae)
 
 
molmboorder
Oecophora bractella  (Linnaeus, 1758)
 
Meer afbeeldingen:

Vlinder (leg/foto: A. van der Heijden, det. T. Muus, Sexbierum, Prov. Friesland, 3.vi.2006)
 
 

Oecophora bractella in Nederland

Een bontgekleurde soort die vrij gemakkelijk te herkennen is. In alle provincies algemeen. De soort is gebonden aan rottend hout.

Herkenning

De vlinders kennen een spanwijdte van 19-23 mm. De vlinders vliegen zowel overdag als in de vroege avond, zij zijn gemakkelijk op te lagen en komen goed op licht. Vliegtijd van begin juni tot half augustus.
O. bractella is niet te verwarren met andere soorten. De donkere vlinder kent een gele thorax- en kopbeharing dat aanhoudt tot de palpen en een derde deel van de voorvleugel (vanaf de basis). De begrenzing tussen de gele en de zwarte zone op de voorvleugel kent een bredere blauwe tot paarsachtige band. Een gele vlek is aanwezig langs de voorvleugelrand richting de apex. Franje donker, bij de voorvleugels is er nog een blauwe zone aanwezig, vlak voor waar de franje begint. Ondervleugels vuilgrijs tot bruingrijzig. Abdomen bruingrijs.

Levenswijze 'biologie'

Rupsen in rottend hout en naar Harper et al. (2002a) geeft aan van januari tot mei. Dit is mogelijk incorrect en naar alle waarschijnlijkheid is deze data gebaseerd op vondsten van rupsen en is niet gekeken naar wanneer eiafzetting plaats zou vinden. Immers, omdat er nog geen detailleerde beschrijving is van de eistadia. Gekeken naar de levenswijzen van verwante soorten, zou de soort als jonge rups kunnen overwinteren, ook Palm (1989a) heeft dezelfde vermoedens. Harper et al. (2002a) geeft een beschrijving van de rups die luidt als volgt. Kop kastanjebruin, nekschild en anale schild donkerder bruin. Lichaam donker grijzig, pinacula (wratten) donkergrijs, zwart of dezelfde kleur als het lichaam. Setae c.q. beharing grijs. Palm (1989a) geeft wellicht een meer volledige beschrijving, vermeldend dat het lichaam ook roodachtig en bruingrijs van kleur kan zijn. Volgroeide rupsen kennen een lengte van 19-22 mm (Muus, obs.). Rupsen leven in een spinsel ruim onder de schors van loof- en fruitbomen.

Etymologie

Rups al een weg vretend (borend) in sterkvergaand hout (molm).

Waardplanten of voedsel Voor referenties, zie linkermenu "Bronnen"

In rottend hout van een groot scala aan loof- en mogelijk ook fruitbomen. In Nederland vooral op eik (Quercus), berk (Betula), populier (Populus), wilg (Salix), hazelaar (Corylus avellana). Harper et al. (2002a) noemt voor de Britse eilanden nog naaldbomen, es (Fraxinus exelsior) en sleedoorn (Prunus spinosa), vaak op bomen met myceliumstrengen (rhizomorfen) van honingzwam (Armillaria sp.). Dit laatste gegeven komt overeen met de vondst van een rups als afgebeeld op de rupsenafbeelding bij deze beschrijving op zomereik (Quercus robur).

 
VERSPREIDING

Bekijk eerdere periodes...



 
 
  © All content copyright www.microlepidoptera.nl and allied photographers.