HERKENBAARHEID
 
 
WETENSWAARDIGHEDEN
 
Nationale status
inheems
Algemeenheid statistiek
zeldzaam
Algemeenheid (schatting)
-
Migrant?:
standvlinder
 
WANNEER VLIEGT DE VLINDER?
TOE- OF AFNAME (TREND)
 
Toename.
 
RECENTE VONDSTEN
 
Kaarten op Waarneming.nl
 
FOTO AANBIEDEN
 
Hoe kan ik bijdragen?
 
AUTEUR(S)
 
Muus, T.S.T. | Bronnen
 
LAATSTE AANPASSING
 
November 1, 2009, 1:20 am
Familie: Ypsolophidae, spitskopmotten (subfamilie Ypsolophinae)
 
 
panterspitskopmot
Ypsolopha sequella  (Clerck, 1759)
 
Meer afbeeldingen:

Vlinder (leg/det/foto: R. Heemskerk, Amsterdam, Prov. Noord-Holland, 1.vii.2006)
 
 

Ypsolopha sequella in Nederland

Een zeldzame soort die uit het zuiden opruikt en in 1992 gevonden is in Maastricht, daarna is de soort vaker gevonden in de provincie Zuid-Limburg en vanaf 1996 is de soort geregeld gevonden in Gelderland. Uit 2005 en 2006 zijn ook een aantal vlinders gevonden in Amsterdam. De soort komt voor op kleigronden, vooral te vinden langs rivieren, bij jonge esdoorn-aanplantingen.

Herkenning

De vlinders kennen een spanwijdte van 17-20 mm. Juni tot begin september. De soort is doorgaans volledig wit van kleur met langs de boven- en onderrand van de voorvleugel zwarte vlekken die richting het middelste deel van de vleugel trekken. De vlekken kennen amper een vast patroon en door dit panterachtige uiterlijk is zij onmiskenbaar. Rondom de donkere vlekken kan er nog een gelige tot soms een wat bruine zone zichtbaar zijn. Met enige regelmaat worden ook de meer donkere varianten gevangen, waarbij de witte grondkleur eerder diep grijs van kleur is, vooral het eerste deel vanaf de basis.

Levenswijze 'biologie'

Van mei tot begin juli. Het hele lichaam is helder groen van kleur, met een tweetal niet zo krachtig aanwezige witte rugstrepen met daartussen een donkere buikmerg. Naar Agassiz (1996a) zijn de kop en het nekschild zwart, evenals de pinacula. Zij lijkt qua tekening iets op Operophtera brumata maar de rups is veel smaller en de achterpoten zijn net als bij de andere Ypsolopha-soorten zeer spits. In Nederland komt de soort vooral voor op esdoorns, vooral spaanse aak. In Noord-Europa meer op noorse esdoorn, zuidelijker op andere bomen. Het ei wordt op de tak afgezet, hierna ontwikkelt zij een licht spinsel aan de onderzijde van het blad. Verpopping in een wittig spinsel ergens in kieren van de schors of op de grond.

Etymologie

Panter = het gevlekte uiterlijk. Spitskop = de palpen van de meeste soorten binnen het genus vertonen vooruit gerichte palpen (als in, bijv: grasmotten); hierdoor ontstaat een spits ogende kop.

Waardplanten of voedsel Voor referenties, zie linkermenu "Bronnen"

In Nederland op esdoorns (Acer sp.), namelijk spaanse aak (A. campestre) en noorse esdoorn (A. platanoides). Voor andere delen van Europa geldt ook wilg (Salix) en linde (Tilia) (Agassiz, 1996a).

 
VERSPREIDING

Bekijk eerdere periodes...



 
 
  © All content copyright www.microlepidoptera.nl and allied photographers.