WETENSWAARDIGHEDEN
 
Afmeting in spanwijdte
5-6 mm
Nationale status
inheems
Voorkomen:
vrij algemeen
Migrant?:
nee
 
HERKENBAARHEID
   
 
TOE- OF AFNAME (TREND)
 
Toename in areaal en aantal.
 
RECENTE VONDSTEN
 
Kaarten op Waarneming.nl
 
FOTO AANBIEDEN
 
Hoe kan ik bijdragen?
 
AUTEUR(S)
 
Corver, S.C. & Muus, T.S.T. | Bronnen
 
LAATSTE AANPASSING
 
November 1, 2009, 2:42 pm
Familie: Bucculatricidae, ooglapmotten
 
 
bijvoetooglapmot
Bucculatrix noltei (Petry, 1912)
 
Vliegtijddiagram
Vlinder (leg/det/foto: S. Corver, Meijendel, Prov. Zuid-Holland, 15.vii.2007)
 
 

Bucculatrix noltei in Nederland

Een vrij algemene soort, maar op verscheidene plekken nog ontbrekend. Voor het eerst in Nederland gevonden in 1978 door Langohr en inmiddels over bijna het gehele land verspreid (Huisman et al, 2007a).

Herkenning

De vlinders worden weinig gezien, maar komen in de schemering op licht. De vliegtijd ligt in april-mei en opnieuw in juli-augustus.

De voorvleugels zijn zandkleurig bruin, met de donkere en lichtere banden breed en lang niet zo krachtig. Kopbeharing zacht oranjebruinig, de weerszijden soms witter. De zwarte stigma, hoewel zij soms heel klein is, ligt in de vleugelpunt tegen het begin van basis franje aan. Hierdoor onmiskenbaar.

Levenswijze 'biologie'

De larve maakt aanvankelijk een draaddun gangetje, vaak langs de bladrand, met een in verhouding brede, continue roodbruine frasslijn. Na een tijdlang verlaat de larve de gang en gaat vrij leven. Na het verlaten van de gang blijft er aan het einde een relatief lange, frassvrije larvekamer over. De vrije larve vreet op een aantal plaatsen op een blad gaatjes in de epidermis, en maakt van daaruit een kleine ronde vlekmijntjes, die eerst wit zijn, later naar bruin verkleuren. Vaak zijn dat er tientallen op een blad, wat aangetaste bladeren een onmiskenbaar uiterlijk geeft. De vrijlevende larve is groengrijs, slank, met lange buikpoten en naschuivers (Ellis, 2005a). Voor afbeeldingen en meer informatie over de larve en de vraatsporen, zie Ellis (2005a).

De biologie van deze soort is uitgebreid beschreven op Bladmineerders.nl

Etymologie

Ooglapmot verwijst naar de verdikte antennebasis, die in rust over het oog valt. Te verwarren met oogklepmotten (= Opostegidae).

Waardplanten of voedsel Voor referenties, zie linkermenu "Bronnen"

Alsem (Artemisia) en bijvoet (A. vulgaris) (Ellis, 2005a).

 



 
 
  © All content copyright www.microlepidoptera.nl and allied photographers.